Waarom moet de hennapasta rusten? De chemie in het kort
De blaadjes van de hennastruik - inci-naam Lawsonia Inermis – bevatten een kleurstof genaamd lawson. Deze kleurstof is geen vrij beschikbare molecuul. Het is een onderdeel van het enzym hennoside te vinden in de bladnerf en het blad zelf. Hennocides worden ook wel de voorlopers van lawson genoemd. Het enzym hennoside is in de basis een glycoside opgebouwd uit een deel suiker (het glycon) en een niet-suiker deel (het aglycon genaamd).
Allereerst moeten de hennocides (die de kleurstof bevatten) worden losgeweekt van het plantmateriaal en in de hennapasta trekken. Tevens moet tijdens deze rusttijd de omzetting naar voldoende aglycons plaatsvinden.
Wat zijn aglycons
Aglycons zijn onderdeel van de hennocides en in zijn in staat de kleurmoleculen aan keratine te binden. Hoe gebeurt dat? Door ervoor te zorgen dat de hennapasta na aanmaak een PH waarde van 4,5 – 5,5 heeft. Onze henna heeft na aanmaak met water een PH van 4,8.
De lichtzure hennapasta bevat van nature veel waterstof moleculen. Deze waterstof moleculen zijn nodig om een deel van de glycosyl groep – hennocides – om te zetten in aglycons. De waterstofmoleculen zorgen er ook voor, dat aglycons stabiel blijven totdat de verf wordt toegepast op het haar. Daarnaast zorgt een lichtzure vloeistof ervoor dat de aglycons zich kunnen binden aan de aglycons van keratine. Dit proces wordt ook wel het Michael Addition mechanisme genoemd.
Nadat de pasta voldoende heeft gerust heeft, is deze klaar voor gebruik. De pasta moet geheel van groen naar oranjebruin zijn verkleurd.
Oxidatie
Na het uitwassen van de hennapasta oxideert de kleur in zeven dagen van oranje eerst naar sienna en in de laatste dagen naar gebrande sienna (burnt sienna). De kleurmoleculen zijn na oxidatie stabiel geworden en hebben zich permanent gehecht aan de aglycons van de keratine.